Twee jaar lang wist Noah Ohio veel te scoren voor Jong Oranje. Op het belangrijkste moment, het EK in Slowakije, lukt het voor de 22-jarige aanvaller ineens niet meer. Na de wedstrijden tegen Finland en Denemarken staat hij op negen keer een doelpoging, maar heeft hij geen doelpunten gemaakt. Een eerlijk gesprek met de zelfkritische Ohio: over het omgaan met de druk die hij zichzelf oplegt, de ondersteuning van Michael Reiziger en Ron Jans, de naam van Mexx Meerdink die wij steeds aan journalisten geven en over 'het toernooi veranderen'.
Voetbal is een teamsport, maar na de nederlaag tegen Jong Denemarken, nam jij alle verantwoordelijkheid.
‘Ja, op dat moment vond ik dat het gewoon zo was. Als spits, als ik die kansen had afgemaakt, moest ik ook voor die camera staan en zou ik alle lof krijgen. Dus dan vind ik, als ik die kansen mis, dat ik daar gewoon voor de camera moet gaan staan om te zeggen dat het beter moet. Zo ben ik als persoon. Ik ben er niet alleen als het goed is, ik moet ook mijn gezicht tonen wanneer het niet zo goed gaat. Het is een belangrijke wedstrijd. Ik moet gewoon die kansen afmaken en Denemarken afstraffen. Dan staan we in de eerste helft al 2-0 of 3-0 voor. De trainer heeft me zoveel vertrouwen gegeven, de jongens ook, ze brengen me in die posities, dan moet ik ze ook terugbetalen.’
Andere spelers zoeken soms excuses in zo’n situatie, jij bent hard voor jezelf.
‘Ja, zo verwerk ik dat het beste. Ik kijk gewoon eerst naar mezelf: wat kon ik beter doen? Ik had het in mijn eigen handen, dan ga ik niet zeggen: die bal kwam niet goed, ofzo. Nee, je moet gewoon scoren. Iedereen heeft daar zijn eigen manier in, om ermee om te gaan. Voor mij is het: als het een slechte deur is, dan trap ik gewoon die deur in, dan is het op een gegeven moment ook klaar en kan je door. Zeker ook op een eindtoernooi. We zijn hier met de besten van Nederland, de trainer heeft deze selectie opgeroepen om hier goed te presteren. Dan is er geen tijd om excuses te zoeken waarom je niet goed hebt gespeeld of niet hebt gescoord. We spraken elkaar laatst in Zeist en nu zie je: je kan binnen een week eruit zijn. Dus er is geen tijd voor excuses. Dus in al mijn interviews ben ik gewoon Noah, dan probeer ik de waarheid te zeggen, waar het op staat. Zo zal ik altijd blijven.’
Hoe was de nacht na die wedstrijd tegen de Denen?
‘Heel zwaar. Misschien de zwaarste nacht in een lange tijd. Niet geslapen. Je denkt over alles na. Het is ook een beetje teleurstelling, omdat ik echt de trainer wil terugbetalen voor het vertrouwen dat hij me heeft gegeven. En dan weet ik, en dat is ook jullie taak en dat begrijp ik heel goed, maar dan gaan jullie die harde vragen stellen. En dan gaat alle focus weer daarop. Terwijl ik weet, als ik twee of drie keer gescoord had, dan waren die vragen er niet. Dus dat is ook zwaar, daar denk ik ook over na. Dat is ook de druk die ik mezelf opleg, zo ben ik gewoon. Ik weet dat het beter kan, en dat het ook beter gaat worden. Hopelijk woensdag al tegen Jong Oekraïne.’
Je voelt je schuldig naar de trainer?
‘Niet schuldig, want we doen het natuurlijk met z’n allen. Maar wel een groot deel, zeg maar. Want we moesten die wedstrijd winnen. En ik heb al laten zien dat ik dit team kan helpen om die wedstrijden over de streep te trekken. Dus als ik die kansen dan mis, dan voel ik me wel een groot deel schuldig, verantwoordelijk dat we niet hebben gewonnen. Dat is moeilijk. Want als we daar winnen, is het een heel ander verhaal.’
Lig je dan te malen, zo’n hele nacht, hoe gaat dat?
‘Ja, ik was gewoon naar boven aan het kijken. Ik heb mijn familie gesproken natuurlijk, dat is normaal. Ik was niet echt op social media ofzo, ik heb mijn telefoon weggelegd. Je ligt gewoon te denken: hoe had ik het anders kunnen doen? Had ik dit moeten doen, dat moeten doen? Dat gaat allemaal door je hoofd. Maar het is gebeurd, ik kan het niet meer veranderen.’
Heb je inmiddels een verklaring?
‘Nee. Ik heb ze teruggezien, alle kansen. Bij die eerste bal van Ruben (van Bommel, red.) doe ik alles goed, denk ik: goede loopactie, ik creëer de ruimte voor mezelf, ik schiet hem hard en laag. Maar hij komt op de voet van de keeper, oké. De tweede: ik ben betrokken in het spel, ik kaats goed, loop goed weg in de rug van de verdediger, ik kom het laatste moment voor hem, goede timing, Ian (Maatsen, red.) trekt hem terug en ik wil hem in de verre hoek schieten. Niet hard, maar gewoon rustig, gewoon in de hoek, maar hij gaat net voorlangs. Dus van die twee baal ik niet echt het meest. Natuurlijk ik had ze kunnen scoren, en op een andere dag gaan die er ook in, maar ik baal het meest van de derde. Met de bal van Ernest (Poku, red.). Want daar was ik al een beetje bezig: deze moet erin, deze moet erin. Dat zie je ook, het was een beetje mazzel dat hij op mijn links kwam, maar ja, ze blokten ook alles. Het moet gewoon beter. Als je de spits wil zijn van Jong Oranje, dan moeten die kansen er gewoon in. Dus, er is niet echt een verklaring, je moet gewoon het net raken.’
Hoe voorkom je dat je gaat forceren?
‘Dat is lastig. Ja, hoe je het voorkomt: je schiet die eerste erin! Ik denk dat het gewoon onbewust gebeurt. Want zij komen ook weer op voorsprong, dus dan komt die extra druk er ook weer op. Als het nog 1-1 was, ben je nog wat rustiger. Maar zij komen op 2-1 en ik zie die spits twee kansen hebben en twee keer scoren. En dan denk ik van: Noah jij moet nu ook gaan scoren. En je wilt de trainer terugbetalen, wat ik net zei. Dus dat gaat onbewust, dan gaan de dingen toch niet zo soepel als je wil. Maar het zijn gewoon drie kansen die erin moeten. Bij die vierde bal die ik op mijn borst aannam en die alsnog werd geblokt, toen wist ik ook: dit wordt een lastige dag.’
Heb jij het gevoel dat als je na de winterstop veel meer had gespeeld bij Utrecht, dat dit anders had kunnen gaan?
‘Ik weet het niet. Misschien. Dan was je natuurlijk in een beter vorm en met een beter ritme. De wedstrijden komen wel snel, maar ik vind dat geen excuus dat ik nog niet heb gescoord. Wedstrijdritme of niet, van die kansen tegen Finland en Denemarken moeten er gewoon minimaal twee of drie in. Maar natuurlijk, iedereen wil een toernooi in gaan nadat ze een heel seizoen hebben gespeeld en er vijftien à twintig in hebben gelegd. Dan ga je op een roze wolk het toernooi in, tuurlijk, dat is een feit. Maar zo is het gewoon, ik moet gewoon leveren.’
Het is ook het lot van een spits hè, dat ga je nog wel een paar keer meemaken in je carrière. Hoe vind je een manier om dat malen in je hoofd wat meer los te laten? Spreek je daar met mensen over?
‘Jawel, ik werk ook met mijn mentale coach. Daar doe ik ook veel dingen mee, ik heb ook gisteren met hem gesproken. Maar zelfs de beste spitsen hebben denk ik ook die momenten dat ze een paar uurtjes even met niemand willen praten. Dat gaat nooit weg, als je een mens bent en het doet écht wat met je, dan gaan die momenten nooit weg. Het is vooral: hoe snel kan je het weer flippen, dat je weer ready bent voor het volgende moment, de volgende actie, de volgende dag? Als je een wedstrijd hebt met zo’n belang en je mist drie, vier grote kansen, dan gaan die eerste uren zeker pijn doen. Áls het wat met je doet, het ligt er ook aan hoe je bent als persoon, of het je boeit of niet, maar mij gaat het sowieso wat doen. Dan zijn die eerste sowieso zuur, want het is rouwen, want het is net gebeurd. Dat gaat altijd pijn doen, maar je moet snel switchen en weer positief gaan denken. Want het kan de volgende wedstrijd weer allemaal flippen. Dat hebben we hier zeker nodig, die positieve energie, zodat als ik nog één kans krijg, die er wel in gaat. ‘
Hoe is de rol van de trainer, heeft hij jou nog apart genomen?
‘Ja, we hebben gesproken vandaag. Dat houd ik gewoon tussen ons, maar het was goed. De trainer weet wat ik van hem vind, hij is gewoon een toptrainer die weet hoe hij met spelers, met mensen moet omgaan. Hoe hij is als persoon, ziet iedereen. Hoe hij is als trainer is ook top. En ik snap ook dat iedereen veel van ons verwacht, want we zijn het eerste team in Nederland dat ooit tien wedstrijden op rij heeft gewonnen, we hebben karakter getoond tegen Engeland thuis, tegen Italië uit, met negen man en alsnog winnen. We hebben van Roemenië gewonnen, die ook gewoon op het EK zijn. Dus we hebben veel laten zien, waardoor iedereen nu denkt: dit is gewoon niet goed genoeg, dit is heel raar, wat hier gebeurt. Dat snap ik ook, dat snappen wij allemaal, we hebben nog een kans om het recht te zetten en het toernooi volledig om te flippen. Dan vergeet iedereen wel die eerste twee wedstrijden, dus ik hoop dat we dat gaan doen.’
Heb je deze dagen ook nog contact met je trainer bij FC Utrecht, Ron Jans?
‘Ik heb vandaag nog met Ron gesproken, ja. Hij heeft me gebeld. En hij stuurt voor elke wedstrijd een berichtje om me succes te wensen. We hadden gesproken. Ron zegt ook altijd tegen mij: je mag niet te lang in je rouwmoment zitten, dat mag een paar uurtjes. Als het te lang duurt, is het een dag, maar dan moet het weg zijn. Je weet hoe hij is als persoon: altijd die positiviteit brengen. We hebben gesproken, dat was een goed gesprek, dus ook heel dankbaar naar hem dat hij op zijn vakantie ook de tijd neemt om met mij te praten, dat is wel mooi.’
Vind jij het lastig dat wij elke keer over Mexx Meerdink beginnen?
‘Nee. Want we zitten in topsport. En hij heeft het heel goed gedaan. De enige manier hoe ik jullie stop om die naam op te brengen, is door te scoren. Dat heb ik nog niet gedaan. Dus het doet niet echt zoveel met me. Ik heb niets tegen Mexx, hij is een topgozer en een topspeler, dus als hij hier was, had ik het ook mooi gevonden. Als ik wil dat jullie stoppen met de trainer te vragen naar Mexx is als Noah gaat scoren. Dus dat ligt gewoon bij mij, met die druk ga ik goed om, dat wil ik ook doen, ik wil goals maken om het team te helpen. Jullie mogen over Mexx praten hoeveel jullie willen.’
Begrijp je het ook, dat het over Meerdink gaat?
‘Ja, hij heeft veel gescoord. En goals laten mensen praten. Dus ik vind het heel normaal. Ik snap het volledig. Uiteindelijk heb ik die selectie natuurlijk niet gemaakt, maar dat jullie erover praten, snap ik. Als een jongen het seizoen zo eindigt en er komt een eindtoernooi, dan gaan jullie natuurlijk over hem praten, dat is heel normaal. Ik hoop dat ik ga scoren, dat we doorgaan en dat ons toernooi eigenlijk begint woensdag.’
Hoe is het nu met jullie vertrouwen als groep, jullie zijn hier gekomen om het EK te winnen, geloven je daar nog steeds in?
‘Ja, want als we doorgaan, is alles mogelijk. Dan is het knock-outfase. Als we er niet in geloven, kunnen we vandaag naar huis. Ik geloof er nog heel erg in. Want er zijn ook ploegen voor ons geweest die niet zo goed aan het toernooi begonnen en het konden oppikken in de knock-outfase, daar gaat het uiteindelijk om. De groepsfase is om door te komen, als je dat hebt gedaan, begint het echte toernooi. Want als je verliest, ben je eruit. Geen tweede kansen. We geloven er allemaal nog in, maar we moeten het eerst laten zien op woensdag.’